Irritatie over aangenomen min-uren motie

 In Businessnieuws

Dat de motie van PvdA Tweede Kamerlid Van Dijk van 2 juni jl. over min-uren  is aangenomen door de Tweede Kamer, leidt tot irritatie in de non-food sector aldus INretail. De aanleiding voor de motie is afspraken over flexibel werken, zoals in de cao Retail Non-Food, waarbij medewerkers min-uren kunnen opbouwen die ze volgens afspraak op een later moment inhalen. De Tweede Kamer stelt nu dat dit onwenselijk is, in die gevallen dat bedrijven NOW-steun ontvangen.

Met de motie wordt uitgesproken dat het onwenselijk zou zijn als min-uren worden verrekend en wordt minister Koolmees gevraagd werkgevers aan te spreken. Maar voor de cao-partijen die hun handtekening onder de huidige cao hebben staan, is het werken met min-uren in de non-food sector juist logisch. Het standpunt dat de Tweede Kamer heeft ingenomen, is gebaseerd op een foutieve aanname en de teneur is verkeerd, vindt INretail. Het werken met min-uren is heel gebruikelijk. “Zo worden pieken en dalen in de sector opgevangen. Met dit systeem kan de medewerker iedere maand rekenen op een gelijk salaris, terwijl het aantal gewerkte uren binnen een vastgestelde bandbreedte kan verschillen.”

De min-uren systematiek heeft geen relatie tot de NOW-steun, zoals in de motie Van Dijk wordt verondersteld. Dat is de mening van zowel minister Koolmees als ook INretail. De arbeidsvoorwaarden worden niet gewijzigd en alle uren worden betaald. De NOW-steun is er om ondernemingen die door corona zwaar zijn geraakt tegemoet te komen in de loonkosten. Het is bedoeld om banen te behouden. Dat is dus iets heel anders dan een min-uren systematiek.

Onder de cao Retail Non-Food staan de handtekeningen van de vakbonden CNV Vakmensen, De Unie, AVV en RMU. INretail vindt dat de focus moet liggen op herstel van de enorme schade die corona nog steeds veroorzaakt.

Recent Posts
Neem contact op

Wilt u ons een bericht sturen? Wij nemen z.s.m. contact met u op.

Not readable? Change text. captcha txt
0